Adviesraad Sociaal Domein: ‘Wat merkt de inwoner hiervan?’

Beleid kan op papier goed kloppen, maar daarmee is het nog niet automatisch begrijpelijk of helpend voor inwoners. Dat is precies waar de Adviesraad Sociaal Domein (ASD) zich in de gemeente mee bezighoudt. De adviesraad leest voorstellen van de gemeente kritisch en adviseert het college over wat beleid in de praktijk betekent voor inwoners.

Cees Tollenaar, voorzitter van de adviesraad, benadrukt dat de ASD vooral kijkt naar de leefwereld van de burger. Verordeningen en beleidsstukken worden niet alleen inhoudelijk beoordeeld, maar ook op taalgebruik. Gemeenten streven naar teksten op B1-niveau, maar in de praktijk blijken voorstellen soms nog te abstract. Voor veel inwoners is dat lastig te begrijpen.

Naast leesbaarheid stelt de adviesraad zichzelf steeds dezelfde vraag: wat merkt de inwoner hiervan? Gaat iemand er daadwerkelijk op vooruit of niet? Juist dat perspectief dreigt volgens de adviesraad soms te verdwijnen wanneer plannen vooral achter het bureau worden ontwikkeld. Vaak wordt de burger pas aan het einde van het proces betrokken, terwijl eerdere betrokkenheid kan zorgen voor meer draagvlak en betere besluiten. De burger weet zelf veelal welke behoeften er leven.

De gemeente is zich daar steeds meer van bewust. Er vaker integraal gewerkt en inwoners worden eerder bij plannen betrokken. Een voorbeeld is het beleidsplan Wonen, Welzijn en Zorg. In plaats van alleen het resultaat te presenteren, werden bewoners al eerder betrokken en konden zo meepraten en zich gehoord voelen.

Hoewel de samenwerking tussen de gemeente en adviesraad goed is, blijft de adviesraad kritisch. oSamenwerken betekent niet meeknikken. Wanneer de adviesraad wordt betrokken bij een onderwerp, is de eerste vraag altijd: vanuit welke achtergrond worden wij hierbij gevraagd? Gaat het om een adviesvraag, dan moet die ook duidelijk als zodanig worden voorgelegd. Die onafhankelijke positie is vastgelegd; leden van de raad leggen zelfs een eed af waarin zij onder andere beloven niet namens een specifieke belangengroep te spreken. Daarmee is De Fryske Marren uniek in Nederland.

De adviesraad bestaat uit mensen met uiteenlopende achtergronden. Sommige leden maken zelf gebruik van WMO-voorzieningen, anderen horen via hun werk of omgeving veel verhalen van inwoners. Toch ziet de raad ook hiaten. Mensen met een migratieachtergrond of anders talige inwoners zijn nog onvoldoende vertegenwoordigd. Het betrekken van deze groepen wordt gezien als een volgende stap.

Inwoners kunnen zich met vragen melden bij de adviesraad, dit kan via de website of telefonisch. Individuele casussen worden niet behandeld, maar de raad helpt mensen wel op weg, bijvoorbeeld door te wijzen op de juiste documenten of contactpersonen binnen de gemeente. Wanneer meerdere inwoners met hetzelfde probleem komen, kan dat aanleiding zijn om het onderwerp breder aan te kaarten middels een schriftelijke vraag of ongevraagd advies. Een voorbeeld daarvan is het sluiten van het zwembad in Lemmer. De adviesraad stuurde hierover een brief aan het college, omdat zwemlessen in een waterrijke gemeente van groot belang zijn. Wanneer ouders hun kind voor zwemles naar een ander dorp moeten brengen, lopen de kosten op. De gemeente kan gezinnen daarin mogelijk ondersteunen, maar volgens de adviesraad duurt zo’n aanvraag vaak te lang. „Extra financiële ondersteuning kan wellicht, maar het aanvragen is een extra drempel en kan leiden tot uitstel of zelfs afstel van zwemles,” aldus Tollenaar.

De Adviesraad Sociaal Domein adviseert het college sinds het ontstaan in 2015. Adviezen worden altijd serieus genomen, is de ervaring van Cees Tollenaar. Soms worden onderdelen aangepast, maar elk advies wordt beantwoord. Daarmee blijft het doel overeind: beleid dat niet alleen goed bedoeld is, maar ook werkt voor de mensen om wie het gaat.