In Nederland is de dood voor veel mensen een taboe onderwerp. Toch wist Dani de Vries uit Sneek op zijn veertiende al wat hij wilde worden: uitvaartverzorger. Een keuze die je niet vaak hoort op die leeftijd. Mensen vragen hem vaak: „Vind je dat niet eng?” of „Dat je dat leuk kan vinden?”, maar Dani weet zeker dat dit zijn droombaan is. Als een van de jongste uitvaartverzorgers van Friesland merkt hij hoe groot de drempel is om over afscheid, rouw en verlies te praten en hoe belangrijk het is om dat wél te doen.
Hoe rol je hierin?
De uitvaart van zijn oom maakte veel indruk op Dani. Daar zag hij hoe mooi het beroep van uitvaartverzorger kan zijn. „Toen wist ik dat dit mijn droombaan zou worden.” Een passende opleiding was er niet in Friesland, dus koos hij voor management. „Dat kun je altijd wel gebruiken.” Na zijn afstuderen kwam er een vacature vrij voor crematoriummedewerker. „Ik dacht: gewoon proberen.” Hij werd aangenomen en leerde in korte tijd hoe belangrijk aandacht, rust en persoonlijke betrokkenheid zijn in een periode van afscheid nemen. Na ruim twee jaar kwam er een vacature voor assistent‑uitvaartverzorger. Ook die functie kreeg hij, na een pittige selectie. „Je bent heel dichtbij betrokken. Je ontlast families.” Een jaar later kwam hij opnieuw in gesprek met Casper van Van Veen Uitvaartzorg, iemand met wie het altijd al klikte. „Toen vielen alle puzzelstukken op hun plek. We liggen op één lijn.”
Verbaasde, maar ook nieuwsgierige reacties
Dat iemand van 21 in dit vak werkt, roept reacties op. „Allereerst: verbaasd,” zegt Dani. „Mensen verwachten het niet. Ze hebben een fragiel idee bij de dood en weten even niet wat ze ermee aan moeten.” Maar zodra het gesprek op gang komt, verandert de toon. „Dan komen de vragen: ‘Is het niet eng?’ of ‘Dat je dat leuk kan vinden.’” Ook nabestaanden reageren vaak verrast. „Ze zeggen: ‘je bent nog wel erg jong’. Maar ze vinden het ook mooi. Ze zien dat ik met een frisse blik kijk en met de trends meega.” Die verjonging wordt gewaardeerd. „De stap naar mij voelt voor veel mensen kleiner.”
Ook na de uitvaart hoort Dani regelmatig terug wat zijn begeleiding voor families heeft betekend. „Na afloop hoor ik vaak hoe dankbaar mensen zijn voor de rust en ondersteuning die ik heb kunnen bieden. Dat blijft bijzonder om te horen.” Een recente uitvaart staat hem nog helder voor de geest. „Er waren jonge kleinkinderen bij betrokken. Ik stelde voor om een onbewerkte uitvaartkist te gebruiken, zodat zij deze met stiften en verf konden beschilderen. De familie vond het een prachtig idee. De kinderen konden op hun eigen manier afscheid nemen van hun opa. Later vertelde de familie hoe waardevol dat voor hen was geweest.”
Een werkdag die nooit hetzelfde is
Een gemiddelde werkdag bestaat niet. „Het is geen 9‑tot‑5‑baan. We zijn 24 uur per dag en zeven dagen per week bereikbaar. Je weet nooit wanneer een overlijdingsmelding komt.” Soms werkt hij een dag aan een powerpoint, een andere dag zit hij bij een familie om alles te regelen. „Je schakelt veel en moet je focus houden. Families verdienen dat je scherp bent. Alles moet één geheel worden.”
Emotioneel raakt het werk hem ook. „Alle uitvaarten blijven je bij. Je bent mens, dat moet je ook blijven om een goede uitvaartverzorger te zijn.” Vooral onverwachte overlijdens vragen veel. „Zelfdoding of onverwacht verlies vraagt emotioneel meer.” Daarom bewaakt hij zijn grenzen. „Je moet weten wanneer je een pas op de plaats moet doen.”
Meer mogelijk dan mensen denken
Wat Dani opvalt, is dat veel mensen niet weten wat er allemaal kan bij een afscheid. „Ze denken vaak dat het volgens een bepaald stramien moet. Maar er is veel meer mogelijk.” Hij noemt het voorbeeld van zijn oom, die met een skûtsje werd weggevaren. „Een uitvaart hoeft niet in een crematorium of aula. Het kan ook in een restaurant of achtertuin.” Ook de uitvaartkist verandert. „Je ziet steeds vaker manden in plaats van kisten. En de bloemenband, waarbij de kist een bloemenzee wordt, wordt populairder.” Beeld en geluid spelen een grotere rol en uitvaarten worden intiemer. „Maar er is ruimte voor alles. We denken graag mee.”
Het wensenboekje: rust voor nabestaanden
Bij Van Veen Uitvaartzorg ontwikkelden ze een wensenboekje. „Dat boekje is een leidraad. Mensen kunnen hun wensen opschrijven: muziek, foto’s, wie er worden uitgenodigd, begraven of cremeren, welke rouwauto, of ze een condoleance willen.” Het geeft rust, merkt Dani. „Mensen denken dat ze pas hoeven te beginnen bij overlijden. Maar als er veel opgeschreven staat, geeft dat de nabestaanden veel rust.” Ze sturen het boekje op, bellen erover of komen persoonlijk langs. „Geen standaard checklist. Ieder leven is uniek, ieder afscheid mag dat ook zijn.” Zijn belangrijkste boodschap: „Het is nooit te vroeg om over je afscheid na te denken.”
Taboes en fabels doorbreken
In Nederland blijft praten over de dood lastig. „Het is beladen en emotioneel. Mensen willen er niet over nadenken.” Daarom wil Dani fabels doorbreken. „Nagels groeien niet door en er wordt maar één persoon tegelijk gecremeerd.” Onwetendheid maakt de drempel hoger. Daarom geeft Van Veen Uitvaartzorg gastlessen op scholen en in zorginstellingen. „We leggen uit hoe de laatste verzorging gaat, wat er mogelijk is. Er is vaak meer mogelijk dan mensen denken.”
Een vak dat voelt als een roeping
Dani is trots op wat hij bereikt heeft. „Ik hoop dit vak nog lang te mogen doen. Mooie uitvaarten neerzetten die recht doen aan het leven dat geleefd is.” Voor hem is het meer dan een beroep. „Het moet op je lijf geschreven zijn. Het moet een roeping zijn. Voor mij is dit het.”

